Op een CT-scan is een dwarsdoorsnede als een soort 'plakje' van uw lichaam te zien.
De radioloog maakt een CT-scan met een Computer Tomograaf (afgekort CT). Dat is een apparaat dat met röntgenstralen en een computer afbeeldingen maakt van uw organen, botten en weefsels. De radioloog maakt verschillende afbeeldingen van de plek die zij wil onderzoeken. De computer legt de opnames op elkaar. Zo kan de radioloog de vorm, grootte, structuur en ligging van organen en van afwijkingen zien.
De opnames kunnen op elke hoogte van het lichaam worden gemaakt, bijvoorbeeld ter hoogte van de navel of van het hoofd. Vooral het hoofd, de borstkas en de buik worden vaak met een CT-scan onderzocht.
De Computer Tomograaf ziet eruit als een grote kast met in het midden aan de voor- en achterkant een ronde opening. U ligt tijdens het onderzoek op een smalle tafel. Deze tafel schuift langzaam door de opening van de Computer Tomograaf.
Van het maken van de scans voelt u niets.
Het onderzoek duurt 15 tot 30 minuten.