Bij veel medische ingrepen gebruikt de arts een verdoving (anesthesie). Een verdoving maakt (een deel van) het lichaam gevoelloos.
Er zijn verschillende vormen van verdoving. Vaak overlegt de arts met de patiënt welke vormen mogelijk zijn. Ook kunt u als patiënt zeggen welke verdoving u het liefst wilt.
De bekendste vormen zijn:
- plaatselijke verdoving: een klein stukje huid wordt 'plaatselijk' gevoelloos gemaakt, bijvoorbeeld om een wond te hechten;
- algehele narcose;
- ruggenprik (regionale verdoving van benen en onderlichaam);
- plexus-anesthesie van een arm (regionale verdoving van een arm).
Tijdens een plaatselijke of regionale verdoving blijft u bij bewustzijn, wakker dus. U ziet niets van de operatie omdat alles met doeken wordt afgedekt. Wilt u toch liever slapen, vraag dan een slaapmiddel.
Welke verdoving u krijgt hangt af van uw leeftijd, lichamelijke conditie en het soort operatie.