Gezond24

de gezondheidsportal van de Publieke Omroep

Zoek op onderwerp of TV-programma

 

U heeft gezocht op 'vleesbomen'. Er zijn geen resultaten gevonden.

Wat zijn vleesbomen?

Bron: Stimulansz

Vleesbomen zijn goedaardige knobbels in de wand van de baarmoeder. Ze bestaan uit spier- en bindweefsel. Ze kunnen aan de binnen- en de buitenkant van de baarmoeder zitten.

Vleesbomen komen vrij veel voor. In Nederland heeft bijna de helft van de vrouwen onder de vijftig wel een of meer vleesbomen.
Vleesbomen groeien door vrouwelijke geslachtshormonen. De meeste vleesbomen blijven vrij klein, maar sommige groeien door. Een enkele keer wordt een vleesboom zelfs zo groot als een voetbal.
Na de overgang worden vleesbomen weer kleiner en verdwijnen ze gedeeltelijk.

Veel vrouwen merken niet dat ze vleesbomen hebben. Sommige vrouwen krijgen wel klachten, zoals hevig bloedverlies tijdens de menstruatie, een zwaar gevoel of pijn in de buik, plasklachten (vaak plassen en moeite om de plas op te houden) en pijn bij het vrijen.

Een andere naam voor vleesbomen is myomen.

Behandeling van vleesbomen met medicijnen

Hebt u klachten door vleesbomen? Dan kunt u ze laten behandelen. Waarschijnlijk krijgt u eerst medicijnen. Deze moeten ervoor zorgen dat u minder pijn en minder bloedverlies hebt.
U kunt de volgende medicijnen krijgen:

  • NSAID's. Deze medicijnen helpen tegen menstruatiepijn. Bij veel vrouwen neemt ook het bloedverlies af.
  • Tranexaminezuur. Dit middel laat het bloed beter stollen. U neemt het in tijdens de dagen van hevig bloedverlies. Het bloedverlies wordt daardoor minder.
  • De anticonceptiepil. Door de pil verliest u minder bloed.
  • LH/RH-agonisten. Door deze middelen gedraagt uw lichaam zich alsof u de overgang al hebt gehad. U hebt geen bloedverlies meer en de vleesbomen worden kleiner. U kunt deze middelen niet te lang gebruiken. Ze verhogen namelijk het risico op osteoporose (botontkalking). Stopt u met de medicijnen, dan groeien de vleesbomen waarschijnlijk weer aan.
  • Progesteronpreparaten. Deze middelen zorgen ervoor dat het slijmvlies in de baarmoeder verandert. Hierdoor hebt u minder bloedverlies of geen bloedverlies meer.

Uw arts overlegt met u welk medicijn het beste voor u is.