De wervelkolom is de 'slang' van wervels die door uw rug loopt. Hij begint boven in de nek en loopt door tot het stuitje. De schouderbladen, de ribben en het bekken zitten aan de wervelkolom vast. Ook veel belangrijke spieren zitten er aan vast. En door de wervelkolom loopt de centrale zenuwbundel van het lichaam.
De wervelkolom bestaat uit 26 wervels. Wervels zijn kleine, holle botten. Ze passen als puzzelstukjes bovenop elkaar. U hebt zeven nekwervels, twaalf borstwervels, vijf lendenwervels, een heiligbeen en een staartbeentje (stuitje). Tussen elke twee wervels zit een schijf van zachter materiaal (een tussenwervelschijf). Deze zorgt ervoor dat uw wervels niet zo snel slijten en dat ze soepel kunnen bewegen.
Elke wervel heeft aan de achterkant een uitsteeksel: het doornuitsteeksel. Deze uitsteeksels kunt u op uw rug voelen: dat is de ruggengraat.
De wervelkolom is hol. Binnenin zit als een lange kabel het ruggenmerg. Vanuit het ruggenmerg groeien zenuwwortels naar de rest van het lichaam. Deze gaan tussen de wervels door de wervelkolom uit.