Debat over de effectiviteit van de wietpas
Debat op 2: De wietpas | NCRV, 5 mei 2012
Sinds 1 mei moet een inwoner van Limburg, Brabant of Zeeland in het bezit zijn van een wietpas om zijn joints te halen bij een coffeeshop. Een regel die minister Opstelten van Justitie heeft ingesteld tegen het drugstoerisme en de criminaliteit.
Per 1 januari zal de rest van Nederland volgen. Omwonenden van coffeeshops zullen geen last meer hebben van buitenlanders en andere grootgebruikers die de deur plat lopen bij hun wietbevoorrader .
De eigenaren zijn uiteraard boos, want ze zien hun (buitenlandse) klandizie drastisch kleiner worden. Ze moeten personeel ontslaan en soms zelfs de tent sluiten. Zij vragen zich af waar hun rechten gebleven zijn. Een coffeeshopeigenaar in Maastricht vindt dat hij discrimineert als hij geen andere Europeanen meer kan helpen aan hun nederwiet. Hij weigert om zich te houden aan de nieuwe regelgeving en vindt dat hij vrij moet zijn om zijn wiet te verkopen aan wie dat maar wil. Ondertussen zetten onze buurlanden grote vraagtekens bij het liberale imago van Nederland
In hoeverre zitten we te wachten inmenging van de overheid? In het geval van de wietpas zou de criminaliteit worden bestreden. Maar gaat de verkoop van hasj en wiet dan misschien weer ondergronds en trekt het daardoor juist criminelen aan? Dan is de overlast alleen maar groter.Daarnaast rijst de vraag of de overheid door dit soort regels burgerongehoorzaamheid niet in de hand werkt. Is het goed dat de politiek de burger regels oplegt? En hoe vrij voelen wij ons in Nederland daardoor? Bepaalt een overheid dan voor ons wat vrijheid in Nederland betekent?
98 keer bekeken


