Elk jaar kiezen ongeveer 4.400 mensen, zonder tussenkomst van een arts, voor 'auto-euthanasie': mensen die in samenspraak met familie of vrienden bewust en weloverwogen willen sterven door te stoppen met eten en drinken, of door een zelf verzamelde overdosis medicijnen te slikken. Moeten artsen hierbij toch een rol gaan spelen? En zo ja, waar ligt dan de grens?
Veel vaker
De cijfers en de term 'auto-euthanasie' komen van Boudewijn Chabot die
vandaag is gepromoveerd op een onderzoek ernaar. In 'Auto-euthanasie;
verborgen stervenswegen in gesprek met naasten' concludeert Chabot dat
zelfstandige levensbeeindiging zonder dat een arts de dodelijke
handeling verricht veel vaker voorkomt dan hij eerst vermoedde. Zelfs
vaker dan euthanasie. Volgens hem wordt er door de samenleving geen
ruchtbaarheid aan 'auto-euthanasie' gegeven. In het euthanasiedebat
wordt deze vorm van sterven over het hoofd gezien of er wordt over
gesproken in afschrikwekkende termen. Daardoor is de frequentie hiervan
verborgen gebleven achter de gordijnen van het sterfbed.
"Klaar met leven"
Veruit de meeste mensen kiezen ervoor om hun leven te beeindigen door
bewust te stoppen met eten en drinken. Vaak zonder dat de artsen
daarvan op de hoogte zijn. In veel gevallen van mensen die stierven
door te vasten gaat het om mensen die ouder zijn dan 60 jaar. Zij
hadden geen ernstige of dodelijke ziekte. Ze waren "klaar met het
leven". En dit is een categorie van mensen die niet onder de
euthanasiewet valt.
Euthanasiewet
In Nederland is euthanasie toegestaan als de patiënt aan uitzichtloze
en ondraaglijke pijnen lijdt. Het moet gaan om opzettelijk
levensbeëindigend handelen op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt door
een arts. De arts moet de euthanasie melden bij een speciale
toetsingscommissie. Als deze commissie vindt dat de euthanasie niet
volgens de regels is verlopen, wordt de zaak doorverwezen naar het
Openbaar Ministerie.
Onderzoek
Vanaf 1999 begon Chabot met een systematisch onderzoek naar deze vorm
van sterven, nadat hij eerder in zijn werk als psychiater te maken had
gekregen met een dergelijk geval. Een 50-jarige vrouw deed een verzoek
om te kunnen sterven, omdat ze na het overlijden van haar twee zoons en
een moeizame echtscheiding geen reden voor zichzelf meer zag om door te
leven. Chabot hielp haar aan middelen waardoor ze in het bijzijn van
anderen kon overlijden. Dit had wel tot gevolg dat hij door de Hoge
Raad werd veroordeeld voor hulp bij zelfdoding, maar kreeg geen straf:
Chabot had zorgvuldig gehandeld.








