NPO Gezond

Daar word je beter van!

Zoek op onderwerp of TV-programma

 

U heeft gezocht op 'carpaletunnelsyndroom'. Er zijn 4 resultaten gevonden.

Wat is het carpaletunnelsyndroom?

Bron: Stimulansz

Bij het carpaletunnelsyndroom zit de middelste zenuw in de pols knel. Daardoor hebt u de volgende klachten:

  • In uw vingers voelt u tintelingen, een doof gevoel en pijn (maar niet in de pink!).
  • De pijn kan uitstralen naar uw arm en schouder.
  • U hebt minder kracht en laat makkelijk iets uit uw handen vallen.
  • Dingen als autorijden, fietsen, de krant lezen en uw handen gebruiken, maken uw klachten erger.
  • 's Nachts is de pijn vaak het ergst. Na een tijd kan de muis van de hand dunner worden.

Waardoor ontstaat carpaletunnelsyndroom? De middelste zenuw in de pols loopt door een tunnel van bindweefsel. Deze tunnel heet de carpale tunnel. Als de carpale tunnel opzwelt, raakt de zenuw bekneld. Dat kan door hormonen tijdens de zwangerschap en in de overgang. Of bij mensen met schildklierproblemen , te veel groeihormoon , reuma of suikerziekte . Het carpaletunnelsyndroom kan ook ontstaan door een botbreuk of door zware handenarbeid.

De arts onderzoekt of u carpaletunnelsyndroom hebt door een elektromyogram te maken.

Hoe stelt de arts het carpaletunnelsyndroom vast?

Om te bepalen of u het carpaletunnelsyndroom hebt, stelt uw arts u vragen over uw klachten. Verder doet zij lichamelijk onderzoek om te kijken of u niet een andere ziekte hebt, bijvoorbeeld een nekhernia of artrose van de nek.

Denkt de arts aan het carpaletunnelsyndroom, dan doet zij de volgende onderzoeken:

  • Bloedonderzoek kan nodig zijn om bijvoorbeeld hormonale oorzaken op te sporen.
  • Als de arts denkt dat de oorzaak in de botten zit, laat ze een röntgenfoto maken.
  • Om de diagnose te bevestigen krijgt u een spieronderzoek ( elektromyogram (EMG) ). Zo kan de neuroloog zien of de zenuw inderdaad klem zit in de carpale tunnel, en niet op een andere plaats.

Behandeling van het carpaletunnelsyndroom

Als u weinig last hebt van het carpaletunnelsyndroom of als uw klachten weer voorbijgaan (na de zwangerschap bijvoorbeeld), hebt u geen behandeling nodig. Soms meet de arts een spalkje aan. De pols krijgt dan rust. Gaat de pijn niet weg na rust, dan kan een injectie in de pols met corticosteroïden en een verdovend middel helpen.

Vaak is een operatie nodig om helemaal van de klachten af te komen. De operatie duurt ongeveer een half uur. De chirurg snijdt de bovenkant van de carpale tunnel door zodat de zenuw meer ruimte krijgt. Dit kan ook met een kijkoperatie.
Na de operatie kunt u uw hand een paar weken minder goed gebruiken.
Hebt u het carpaletunnelsyndroom aan beide handen? Dan wordt u eerst aan de ene hand geopereerd en pas een paar weken later aan de andere hand.

Als u bloedverdunnende medicijnen slikt, moet u hier waarschijnlijk mee stoppen voor de operatie. Overleg hierover met uw arts.
U mag na de operatie niet zelf autorijden. Zorg daarom dat iemand u na de ingreep naar huis brengt.

Na een operatie bij het carpaletunnelsyndroom

Enkele uren na een operatie bij het carpaletunnelsyndroom is de verdoving uitgewerkt. U hebt dan wat napijn. Dat is normaal. Paracetamol helpt daartegen.

Na de operatie krijgt u een draagdoek (mitella) voor de eerste paar dagen. Uw vingers kunt u het beste gewoon blijven bewegen. Draag daarom geen spalk na de operatie. Uw handpalm heeft twee weken rust nodig om goed te genezen. Houd de wond droog. Na een week kunt u het verband eraf halen. Na tien tot veertien dagen haalt de huisarts de hechtingen eruit.

Het litteken aan uw pols blijft een paar maanden gevoelig, vooral bij druk. Bijvoorbeeld als u op uw pols steunt. Het kan nog langer duren voordat de kracht in uw hand weer normaal is. De tintelingen in de vingers zijn vaak snel na de operatie over, maar ze kunnen ook langzaam verdwijnen. U kunt wel wat minder gevoel in uw vingers houden.

Complicaties bij operatie van het carpaletunnelsyndroom

Er zijn zelden complicaties bij een carpaletunnelsyndroom-operatie. Mogelijke complicaties zijn nabloedingen en infecties. Als u veel pijn hebt of als de wond blijft bloeden, moet u direct contact opnemen met de neurochirurg of met uw huisarts.

Soms beschadigt bij de operatie een klein zenuwtakje dat naar een aantal spiertjes in de duimmuis loopt. Daar merkt u waarschijnlijk niets van. Bij sommige mensen beweegt de duim wat moeilijker.

Een andere zeldzame maar ernstige complicatie is posttraumatische dystrofie . Uw hand zwelt dan op, doet pijn (vooral bij beweging), en kleurt rood of blauw. Waarschuw zo snel mogelijk uw arts bij deze klachten.

Bij een klein aantal mensen helpt de operatie niet goed genoeg. Zij moeten opnieuw geopereerd worden.

Patiënten- en belangenorganisaties carpaletunnelsyndroom

Voor informatie over carpaletunnelsyndroom kunt u terecht bij de RSI-vereniging .

Verantwoordingstekst carpaletunnelsyndroom

De informatie over carpaletunnelsyndroom is algemeen. Uw situatie kan anders zijn. Hebt u nog vragen, dan kunt u die stellen aan uw arts.

De teksten zijn gebaseerd op:

  • informatie van de Nederlandse Vereniging van Neurochirurgen;
  • Beers, M. H. e.a. (Red.) (2005). Merck Manual Medisch Handboek. Houten/Antwerpen: Bohn Stafleu Van Loghum.